donderdag 29 oktober 2026
Wie verdient er aan jouw beperkingen? De Verborgen prikkels van de re-integratie-industrie. Over "kleinschrijven", betwiste jobcoachaanvragen en de menselijke maat.
### De papieren werkelijkheid versus de werkelijke professional.
Stel je voor: je hebt een universitaire opleiding afgerond, wetenschappelijke onderzoekservaring opgedaan en functioneert al jarenlang zelfstandig in een betaalde baan.
Toch tref je in een officiële jobcoachaanvraag omschrijvingen aan waarin je jezelf nauwelijks herkent. Je zou verlegen zijn, energetisch beperkt en ondersteuning nodig hebben bij werkzaamheden die je al zeer geruime tijd zelfstandig uitvoert.
Je mogelijkheden en professionele ambities raken ondergesneeuwd in een administratief verhaal over je beperkingen.
**Welkom in de merkwaardige wereld van het ‘kleinschrijven’.**
Ik gebruik die term voor situaties waarin het functioneren van iemand met een arbeidsbeperking naar mijn oordeel onvolledig, verouderd of onnodig negatief wordt weergegeven.
Waarom vind ik dat problematisch?
Omdat dergelijke beschrijvingen niet vrijblijvend zijn. Ze kunnen mede bepalen welke ondersteuning wordt aangevraagd, hoeveel begeleiding wordt gefinancierd en welk beeld instanties krijgen van iemands professionele mogelijkheden.
En daarmee rijst een ongemakkelijke vraag:
**Wordt de arbeidszorg ingericht rondom wat een werknemer daadwerkelijk nodig heeft, of moet diens ondersteuningsbehoefte soms worden vertaald naar wat binnen bestaande formulieren en financieringsregels past?**
### Twintig jaar knokken voor een passende professionele toekomst
In september 2003 liep ik tijdens een bokstraining ernstig niet-aangeboren hersenletsel op. Kort daarvoor had ik mijn universitaire studie sociale psychologie afgerond.
Mijn ongeluk betekende een ingrijpende verandering. Mijn informatieverwerking werd trager en mijn kortetermijngeheugen functioneerde minder goed.
Maar mijn analytische vaardigheden, doorzettingsvermogen en professionele ambities waren daarmee niet verdwenen.
Onder begeleiding van professor Ap Dijksterhuis hervatte ik wetenschappelijk onderzoekswerk aan de Universiteit van Amsterdam. In januari 2006 beoordeelde hij mijn herwonnen onderzoeksvaardigheden positief.
Later werkte ik als junior wetenschappelijk medewerker bij TNO Kwaliteit van Leven. Ook daar werd mijn functioneren positief beoordeeld. Mijn toenmalige leidinggevende, dr. Theo Paulussen, bevestigde schriftelijk dat de niet-verlenging van mijn tijdelijke contract geen verband hield met onvoldoende functioneren.
Sinds juni 2015 ben ik onafgebroken werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
In die jaren heb ik laten zien dat ik ondanks blijvende beperkingen verantwoordelijkheid kan dragen en zelfstandig professioneel werk kan verrichten.
En toch kwam ik in 2025 opnieuw terecht in een situatie waarin ik mij onvoldoende herkende in het beeld dat een re-integratieprofessional van mij op papier zette.
### Dertien passages, één fundamenteel verschil van inzicht
In het voorjaar van 2025 werd via De Werkmeester een aanvraag voor UWV-gefinancierde jobcoaching opgesteld.
Mijn hulpvraag was in de eerste plaats gericht op **loopbaanontwikkeling en het vinden van ander, beter passend werk**.
Ik was mijn bestaande functie inhoudelijk grotendeels ontgroeid en wilde onderzoeken hoe ik mijn academische achtergrond, onderzoeksvaardigheden en praktijkervaring beter kon benutten.
Maar toen ik de aanvraag onder ogen kreeg, zag ik verschillende beschrijvingen die naar mijn oordeel onvoldoende aansloten bij mijn actuele situatie.
Ik heb destijds dertien passages van kritisch commentaar voorzien. Deze vergelijking publiceerde ik op 21 mei 2026 op mijn blog *Zorgmisstanden*.
Een paar voorbeelden springen eruit.
**1. Een functieomschrijving die niet meer actueel was**
In de aanvraag werd ik onder meer beschreven als aanspreekpunt voor jongeren in de wijk, waarbij ik de veiligheid zou bewaken en deelnemers op hun gedrag zou aanspreken.
Mijn reactie destijds was dat ik dergelijke werkzaamheden in het verleden wel had uitgevoerd, maar inmiddels al geruime tijd niet meer.
Daarmee was mijn bezwaar niet dat deze werkzaamheden nooit tot mijn functie hadden behoord, maar dat de beschrijving onvoldoende aansloot bij mijn actuele takenpakket.
Hoe kun je iemands begeleidingsbehoefte nauwkeurig beoordelen wanneer de uitgangssituatie niet volledig actueel is?
**2. De betwiste kwalificatie ‘energetisch beperkt’**
In het document werd ik onder meer omschreven als energetisch beperkt.
Die algemene karakterisering heb ik destijds nadrukkelijk betwist. Ik maakte onderscheid tussen mijn persoonlijke aandachtspunten, waaronder mijn slaapritme, en mijn daadwerkelijke energie en functioneren tijdens het werk.
Het probleem is niet dat beperkingen niet mogen worden beschreven. Natuurlijk mogen die worden meegewogen wanneer dat relevant is.
Maar zulke omschrijvingen moeten nauwkeurig, controleerbaar en functioneel zijn.
Anders kan een administratieve kwalificatie gemakkelijk een eigen leven gaan leiden.
Dat laatste werd voor mij extra voelbaar toen ik tijdens een later gesprek met een UWV-arbeidsbeoordelaar opnieuw de term ‘energetisch beperkt’ hoorde terugkomen.
Ik kan niet vaststellen dat deze kwalificatie rechtstreeks uit de aanvraag van De Werkmeester werd overgenomen. Maar het versterkte wel mijn zorgen over de manier waarop eenmaal vastgelegde persoonskenmerken bij volgende beoordelingen kunnen terugkeren.
**Een onzorgvuldige formulering in een dossier kan meer gevolgen hebben dan de opsteller ervan wellicht beseft.**
**3. Dagelijks contact en ondersteuning bij bestaande taken**
De aanvraag vermeldde dat er dagelijks contact over werkzaamheden was.
Ik reageerde daarop dat er volgens mij geen sprake was van dagelijks contact over mijn taken en dat ik mijn bestaande werkzaamheden al geruime tijd zelfstandig uitvoerde.
Daarbij ging het mij niet om het ontkennen van mijn beperkingen.
Mijn punt was dat mijn actuele ondersteuningsbehoefte wezenlijk anders was dan het beeld dat ik uit verschillende passages opmaakte.
Ik zocht geen begeleiding voor werkzaamheden die ik al beheerste. Ik zocht ondersteuning om verder te komen.
**4. Begeleiding van mijn leidinggevende**
Ook werd begeleiding van mijn direct leidinggevende als coachingsdoel opgenomen.
Mijn schriftelijke reactie daarop was kort en duidelijk: niet aan de orde.
Ik vroeg mij af waarom die begeleiding op dat moment nodig zou zijn, terwijl mijn verzoek juist was gericht op het vinden van een andere passende functie.
Het gaat hier om een belangrijk onderscheid:
**Ondersteuning bij het uitvoeren van bestaand werk is niet hetzelfde als ondersteuning bij het doorgroeien naar ander werk.**
Die twee kunnen elkaar aanvullen, maar mogen niet zonder goede reden met elkaar worden verward.
### Wat stond er werkelijk in het urenbudget?
Om mijn kritiek zorgvuldig te onderbouwen, is het belangrijk om ook de oorspronkelijke aanvraag en het bijbehorende coachingsplan nauwkeurig te bekijken.
De UWV-aanvraag van De Werkmeester uit 2025 vermeldde een voorgesteld begeleidingsbudget voor een periode van ongeveer zes maanden**, gebaseerd op het zeer lichte begeleidingsregime van 3% van mijn arbeidsuren.
Opvallend is dat mijn wens om ander werk te vinden wel degelijk in het document was opgenomen. Maar waarom werd juist deze voor mij belangrijkste hulpvraag niet duidelijk als zelfstandig hoofddoel geformuleerd?
Op het formulier stonden als drie hoofddoelen begeleiding van de werknemer op het werk, begeleiding van de direct leidinggevende en evaluatie/coördinatie.
De uren voor het onderzoeken van ander werk waren onder die laatste, algemene categorie geplaatst.
**En precies daar wringt voor mij de schoen.**
Mijn voornaamste hulpvraag was immers niet hoe ik mijn bestaande werkzaamheden beter kon uitvoeren. Die verrichtte ik naar mijn eigen ervaring al jarenlang zelfstandig.
Mijn behoefte was gericht op professionele ontwikkeling: ondersteuning bij het vinden van een andere functie waarin mijn academische achtergrond, onderzoekservaring en ambities beter tot hun recht zouden komen.
Waarom werden dan ook afzonderlijke doelen geformuleerd rond mijn bestaande werkzaamheden en de begeleiding van mijn leidinggevende, terwijl ik juist die ondersteuning op dat moment niet nodig achtte?
Daar komt nog iets bij.
De aanvraag beschrijft een voorgesteld urenbudget en voorgenomen activiteiten. Zij bewijst niet dat UWV het budget daadwerkelijk heeft toegekend, dat de genoemde uren zijn uitgevoerd of dat daarvoor is gedeclareerd.
Ik heb destijds bezwaar gemaakt tegen de inhoud van de jobcoachaanvraag, die ik aanvankelijk uit gemakzucht had goedgekeurd, maar kort daarna toch maar gauw weer had ingetrokken.
Mijn kritiek richt zich in de eerste plaats op de **passendheid van de aanvraag en de vertaling van mijn werkelijke hulpvraag naar administratieve coachingsdoelen**.
Dat is een wezenlijk andere kwestie dan bewezen financiële fraude.
Maar het roept wel een fundamentele vraag op:
**Wie bepaalt uiteindelijk de inhoud van een jobcoachtraject: de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de werknemer, of mede de categorieën en financieringsvoorwaarden waarin die begeleiding administratief moet worden ondergebracht?**
En wanneer een werknemer aangeeft bepaalde ondersteuning niet nodig te hebben, hoe zwaar weegt dat oordeel dan werkelijk?
### Ook UWV ziet ruimte voor verbetering
Het interessante is dat deze discussie niet uitsluitend voortkomt uit mijn persoonlijke ervaringen.
In april 2025 publiceerde UWV het onderzoek *Jobcoaching efficiënter en klantvriendelijker maken*.
Daarin worden verschillende verbeterpunten genoemd, waaronder bureaucratische procedures, onvoldoende flexibele begeleidingsuren en de behoefte aan een sterkere focus op duurzame arbeidsparticipatie.
Een bijzonder relevant voorstel is om begeleidingsuren nadrukkelijker te koppelen aan concrete individuele doelen, met mogelijkheden om ondersteuning tijdig op of af te schalen.
Ook pleiten de onderzoekers voor minder administratieve lasten, duidelijkere verantwoordelijkheden en een betere aansluiting tussen jobcoaching en de ontwikkeling naar ander werk.
Dat raakt rechtstreeks aan de vragen die ik bij mijn eigen aanvraag stelde.
Het UWV-onderzoek toont niet aan dat mijn toenmalige jobcoach bewust verkeerd handelde. Maar het bevestigt wel dat er binnen de uitvoeringspraktijk behoefte bestaat aan verbeteringen in de inrichting van jobcoaching.
UWV heeft inmiddels ook aanpassingen doorgevoerd in het protocol en aanvraagformulier.
De vervolgvraag is daarom:
**Hoeveel van die verbeteringen merkt de werknemer daadwerkelijk in de praktijk?**
En hoe voorkomen we dat nieuwe regels uiteindelijk opnieuw leiden tot formulieren die belangrijker worden dan de mensen voor wie ze bedoeld zijn?
### Financiële prikkels: een ongemakkelijke systeemvraag
Al in 2008 publiceerde Regioplan Beleidsonderzoek het rapport *Werk moet lonen*, van Brukman en collega's.
Daaruit kwam naar voren dat ongeveer de helft van de onderzochte Wajongers destijds financieel niet of nauwelijks vooruitging door betaald werk.
Ook wezen de onderzoekers op ingewikkelde regelgeving en de moeilijk voorspelbare financiële gevolgen van arbeidsparticipatie.
Dat onderzoek gebruikte ik al uitgebreid in mijn eerste zorgklachtendossier *Van Wajong tot Kwajong* uit 2009.
Inmiddels is de Wajong-wetgeving aanzienlijk veranderd. De historische uitkomsten mogen dus niet zonder meer op de huidige situatie worden toegepast.
Toch is de achterliggende kwestie nog altijd relevant.
Mijn eigen situatie in 2026 illustreert waarom.
In augustus bevestigde UWV schriftelijk dat ik mijn Wajong en garantiebedrag behoud omdat ik werk met een voorziening of ondersteuning van UWV.
Dat roept vragen op over de relatie tussen financiële zekerheid, arbeidsdeelname en het ontvangen van professionele ondersteuning.
Kan het voortzetten van publiek gefinancierde ondersteuning onder bepaalde omstandigheden ook financieel aantrekkelijk zijn voor de ontvanger, zelfs wanneer de daadwerkelijke behoefte aan die ondersteuning afneemt?
En zo ja, hoe voorkom je dat inkomenszekerheid en zelfstandige arbeidsparticipatie onbedoeld met elkaar op gespannen voet komen te staan?
De precieze wettelijke voorwaarden moeten zorgvuldig worden onderzocht. Het behoud van het Wajong-recht en de voorwaarden rond het garantiebedrag verdienen daarbij afzonderlijke aandacht.
Mijn persoonlijke situatie bewijst niet dat het stelsel als geheel ondoelmatig functioneert.
Maar zij vormt wel een concrete aanleiding om mogelijke financiële tegenstrijdigheden kritisch te analyseren.
**Want wanneer financiële zekerheid en professionele ondersteuning met elkaar verbonden zijn, moeten we óók durven onderzoeken welke prikkels dat voor de betrokken werknemer, de uitvoerder en de financier kan opleveren.**
### Niet alle jobcoaches over één kam scheren
Wie mijn eerdere publicaties kent, weet dat ik soms behoorlijk fel uit de hoek kan komen.
Maar mijn ervaringen met professionele arbeidszorg zijn beslist niet uitsluitend negatief.
Mark Sporken van USG Restart hielp mij destijds op een praktische en doelgerichte manier bij het zoeken naar betaald werk.
IPS-jobcoach Arja van Hout bood mij na een moeilijke periode deskundige begeleiding.
Ook mijn huidige jobcoach Jordy Stam levert waardevolle ondersteuning, onder meer door pragmatisch mee te denken over arbeidsmobiliteit en mogelijkheden voor verdere professionele ontwikkeling.
Via zijn inzet heb ik bijvoorbeeld kosteloze rijlessen kunnen verkrijgen via Everyday Heroes, gericht op het vergroten van mijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Dat zijn concrete positieve ervaringen.
Ze laten zien dat goede arbeidszorg wel degelijk mogelijk is.
En juist daarom vind ik het interessant om te onderzoeken waarom de ene begeleidingsvorm daadwerkelijk helpt, terwijl een andere minder goed aansluit bij wat iemand nodig heeft.
**Het doel moet niet zijn om zoveel mogelijk begeleiding te organiseren, maar om de juiste begeleiding op het juiste moment te bieden.**
### Van confrontatie naar constructieve verandering
Mijn conflict met De Werkmeester kreeg uiteindelijk ook een andere wending.
Op 15 juni 2026 vond een uitgebreid gesprek plaats met de betrokken jobcoach en haar leidinggevende.
In mijn verslag van dat gesprek, dat ik de volgende dag op mijn blog publiceerde, beschreef ik dat er serieus naar mijn kritiek werd geluisterd.
We bespraken onder meer het belang van het gezamenlijk opstellen van jobcoachaanvragen, zodat het perspectief en de werkelijke doelen van de werknemer beter tot hun recht komen.
Ook werd besproken om de knelpunten rond de formulieren en procedures onder de aandacht van UWV te brengen.
Ik waardeerde die constructieve opstelling.
Dat betekent niet dat alle problemen daarmee automatisch zijn opgelost. Het daadwerkelijk doorvoeren van verbeteringen vraagt om concrete opvolging.
Maar het gesprek liet mij zien dat een scherpe confrontatie niet noodzakelijk hoeft te eindigen in blijvende vijandigheid.
Integendeel.
**Kritiek kan juist waardevol worden wanneer betrokkenen bereid zijn om van elkaar te leren.**
Mijn belangrijkste doel is immers niet om individuele professionals publiekelijk af te branden.
Ik wil bijdragen aan een arbeidszorgstelsel dat mensen daadwerkelijk verder helpt.
### De menselijke maat begint bij een eerlijk dossier
Mensen met een arbeidsbeperking verdienen ondersteuning die hun beperkingen serieus neemt.
Maar hun capaciteiten, werkervaring, zelfstandigheid en ambities verdienen minstens zoveel aandacht.
Een administratief dossier mag nooit een karikatuur van de werkelijkheid worden.
Wie iemand uitsluitend beschrijft aan de hand van diens beperkingen, loopt het risico de mogelijkheden uit het oog te verliezen.
En wanneer zo'n beschrijving mede bepaalt welke publiek gefinancierde ondersteuning wordt aangevraagd, zijn nauwkeurigheid, transparantie en betrokkenheid van de werknemer van wezenlijk belang.
Daarom stel ik een aantal fundamentele vragen.
Worden jobcoachaanvragen voldoende samen met de werknemer opgesteld?
Worden begeleidingsdoelen regelmatig getoetst aan diens actuele behoeften en ambities?
Kan begeleiding tijdig worden aangepast wanneer iemand zelfstandiger wordt?
En hoe wordt beoordeeld of publieke middelen daadwerkelijk bijdragen aan duurzame arbeidsparticipatie?
Dat zijn geen vragen waarmee ik professionele arbeidszorg wil ondermijnen.
Het zijn vragen waarmee ik haar beter wil maken.
### Mijn boodschap: stop met kleinschrijven, begin met serieus nemen
Na ruim twintig jaar persoonlijke ervaringen met arbeidsrevalidatie, re-integratie en jobcoaching ben ik ervan overtuigd dat de Nederlandse arbeidszorg gebaat is bij meer kritische reflectie.
Niet iedere fout is fraude. Niet iedere betwiste beschrijving is opzettelijke manipulatie. En niet iedere vorm van langdurige begeleiding is onnodig.
Maar goede bedoelingen ontslaan professionele organisaties evenmin van de verantwoordelijkheid om hun werk zorgvuldig, transparant en doelmatig uit te voeren.
Daarom wil ik met mijn onderzoeksinitiatief *Zorgmisstanden* blijven onderzoeken wat werkelijk werkt en waar het beter kan.
Met oorspronkelijke documenten. Met praktijkvoorbeelden. Met wetenschappelijke onderbouwing. En met ruimte voor een inhoudelijk weerwoord.
Want de menselijke maat begint niet bij fraaie beleidsnota's of goedgevulde formulieren.
**Die begint bij de bereidheid om mensen te beoordelen op wat zij daadwerkelijk kunnen, nodig hebben én willen bereiken.**
Geen administratieve kleinschrijverij.
Geen vanzelfsprekende begeleiding omwille van de begeleiding.
Maar arbeidszorg die mensen helpt groeien.
**De werkelijkheid laat zich niet kleinschrijven.**
*Bob van Daalhuizen*
*Zorgmisstanden — oktober 2026*
### Bronnen en achterliggende documentatie
**Eigen dossierpublicaties**
- Van Daalhuizen, B. (21 mei 2026). [*De Waarheid over Wanzorg: Hoe de re-integratiebureaucratie professionals ‘kleinschrijft’ voor urenbudgetten*](https://wanzorg.blogspot.com/2026/05/de-waarheid-over-wanzorg-hoe-de-re.html). Zorgmisstanden.
- Van Daalhuizen, B. (16 juni 2026). [*De kracht van de dialoog: van kritiek naar constructieve verandering*](https://wanzorg.blogspot.com/2026/06/de-kracht-van-de-dialoog-van-kritiek.html). Zorgmisstanden.
- *UWV-aanvraag persoonlijke ondersteuning/jobcoaching*, De Werkmeester, januari–juli 2025, inclusief matchingprofielen en coachingsplan. Persoonlijk dossier.
**Onafhankelijke onderzoeksbronnen**
- Brukman, M., Groenewoud, M., Mallee, L., Van den Berg, N., & Wajer, S. (2008). [*Werk moet lonen: Onderzoek onder Wajong’ers naar de financiële baten van werk*](https://www.regioplan.nl/wp-content/uploads/data/file/rapporten-1500-1599/Eindrapport-1568.pdf). Regioplan Beleidsonderzoek, rapport 1568.
- Zijl, M., & Dumhs, L. (2025). [*Jobcoaching efficiënter en klantvriendelijker maken*](https://www.uwv.nl/nl/publicaties/kennis/2025/zo-maken-we-jobcoaching-nog-efficienter-en-klantvriendelijker). UWV Kennisverslag 2025-2.

