TNO beschikt over ruime kennis van arbeid, re-integratie, Wajong en de kwetsbare positie van mensen met een arbeidsbeperking. Ik werkte zelf vanuit een Wajong-achtergrond bij TNO, verrichtte daar inhoudelijk goed werk en zag na afloop van mijn eenjarige contract intern vacatures verschijnen voor werkzaamheden waaraan ik prima had kunnen bijdragen.
Toch werd mijn dienstverband niet voortgezet.
Dat spanningsveld beschreef ik al in 2009/2010 in mijn dossier “Van Wajong tot Kwajong” op Zorgmisstanden:
https://wanzorg.blogspot.com/2010/03/
Mijn conflict met TNO ging dus niet simpelweg over een tijdelijk contract dat afliep. Het ging om de pijnlijke tegenstelling tussen de kennis waarover TNO zelf beschikte en de manier waarop binnen de eigen organisatie met mijn arbeidsperspectief werd omgegaan.
Juist van een kennisorganisatie die beroepsmatig onderzoek doet naar arbeidsparticipatie, re-integratie en kwetsbare werknemers mag je méér verwachten.
Sterker nog: dan móét je meer verwachten.
Mijn dossier staat sinds 2009/2010 openbaar. Daarin beschreef ik destijds al mijn Wajong-positie, mijn dienstverband, de beschikbare vacatures en mijn kritiek op de manier waarop met mijn mogelijkheden werd omgegaan. Mijn kritiek is dus niet vele jaren later geconstrueerd. Ze staat al jarenlang zwart op wit.
Daarmee blijft één ongemakkelijke vraag overeind:
Hoe kon TNO beschikken over zoveel kennis over arbeid, re-integratie en kwetsbare werknemers, terwijl een Wajonger die inhoudelijk goed functioneerde en voor wie binnen de organisatie ander werk beschikbaar was, uiteindelijk toch buiten de deur kwam te staan?
Op die vraag heb ik tot op de dag van vandaag geen bevredigend antwoord gezien.
Voor oud-TNO-collega’s die mijn naam opnieuw voorbij zien komen: lees mijn dossier terug en leg de beschreven gang van zaken naast de expertise waarop TNO zichzelf als kennisinstituut liet voorstaan.
Dan blijft voor mij één pijnlijke conclusie over:
TNO wist beroepsmatig hoe dit soort situaties fout konden gaan — en werd vervolgens zelf onderdeel van mijn dossier over hoe het fout ging.
Dat noem ik geen ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Dat noem ik institutionele hypocrisie.
Kennis schept verantwoordelijkheid. En hoe meer kennis je als organisatie bezit, hoe minder geloofwaardig je wordt wanneer blijkt dat je die kennis niet eens onder je eigen dak weet waar te maken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten